Tortelduifjes leven zij aan zij in mij.

25-02-2024

Twee koerende duifjes bewonen mijn dartelend lijf.

Een duifje fladdert vrij rond in mijn midden, bij mijn hart.

Een duifje zit stil in de gouden kooi van mijn bovenkant, in mijn hoofd.

Het vrije duifje vliegt iedere ochtend vanuit mijn hart naar boven, naar de gouden kooi.

Uitgelaten roept het naar het kooi-duifje, "Oh mijn lieveling, laten we samen uitvliegen!"

"Kom dichter, mijn beminde, dan kunnen we samenleven in deze kooi." fluistert de andere.

Het vrije duifje zegt, "Waar tussen deze spijlen is de ruimte om mijn vleugels uit te spreiden?"

Het kooi-duifje zucht, "Ik weet niet waar ik kan zitten in de uitgestrektheid hierbuiten."

"Mijn lieveling, zing je met me mee het lied van het hart?", vraagt het vrije vogeltje.

"Kom bij me zitten," spreekt het onvrije duifje, "dan leer ik jou de geleerde taal van het lied."

Het tortelduifje huilt nu wanhopig, "Nee, nee, lieveling, wijsjes zijn onmogelijk te bedenken!"

"Ik ken het onbedachte lied niet.", jammert de kooi-duif met neergeslagen ogen.


Hun liefde is intens van verlangen naar elkaar, toch vliegen ze nooit vleugel aan vleugel.

Doorheen de tralies kijken ze wederkerig naar elkaar in de wens om elkaar echt te leren kennen.

Ze schudden allebeide hun vleugels in opwinding voor elkaar.

"Kom dichterbij, mijn beminde." zegt het kooi-duifje bedachtzaam.

Het vrij duifje snikt weer, "Dat kan ik niet, ik vrees de gesloten deur van jouw huis."

De vogel in de kooi fluistert nauwelijks hoorbaar, "En mijn vleugels zijn krachteloos en dood."


Er wonen twee tortelduifjes in mijn lijf. De ene in mijn hart en de andere in mijn hoofd.

Elke dag weer zoeken ze elkaar op, in hun hunkering naar samen vleugel aan vleugel.


Mademoiselle Marteaux